De Turkse keuken is een internationaal gewaardeerde keuken met een lange traditie.
De variatie van het eten in Anatolie komt voort uit de talloze invasies van vreemde volkeren, die een spoor van kookstijlen hebben achtergelaten in het gebied. Een andere reden voor de diversiteit van de Turkse keuken is dat, op hun weg uit Centraal-Azie, de Oghuz-Turken in hun rijken zoals het Ottomaanse en Seltsjoekse Rijk, de bevolking van Iran, Irak, Egypte en de Balkan integreerde en hun kookkunst overnam.
De Ottomaanse sultans hadden in het Topkapi-paleis in Istanbul een gigantische keuken waardoor, onafhankelijk van de welstand van de bevolking, de luxueuze Turkse kookkunst, zoals wij die nu kennen, behouden bleef en uitgebreid werd. Op het platteland bleven daarnaast regionale en etnische keukens in stand. De traditionele Centraal-Aziatische Turkse keuken heeft ook veel blijvende invloed gehad op de keukens van Europa en het Midden-Oosten. Zo is yoghurt, het belangrijkste onderdeel van het Griekse Tzatziki, een typische Turkse nomadendrank.
De gerechten zijn meestal gebaseerd op vers fruit en groente, gegrild vlees of vis en vele soorten salades.
De diverse schotels worden vaak begeleid door yoghurt en sauzen.
Turkije is een van de grotere wijnproducenten ter wereld; het woord wijn stamt zelfs uit de taal van de Hittieten.
De nationale drank is raki. Deze anijslikeur wordt gewoonlijk aangelengd met water en wordt dan melkwit van kleur. Over het algemeen wordt raki eerder bij het eten gedronken dan ervoor.
Na de maaltijd wordt uit kleine kopjes Turkse koffie (Turks: kahve) gedronken. Turken drinken de hele dag door thee (Turks: çay) uit kleine glaasjes.
Een minder bekende Turkse drank, die vooral in Centraal-Azie geproduceerd word, is kumis. Dit drankje wordt uit gefermenteerde paardenmelk gemaakt en bevat zo'n 2% alcohol.